1. Er is een klein dorpje in Drenthe,
Dat dorpje heeft borger als naam
Daarheen gaan wij dagelijks zwemmen,
Want een zwemclub in Borger bestaat, bestaat.
Refrein:
Zwemmen, zwemmen allemaal voor ons plezier, plezier.
Zwemmen, zwemmen allemaal voor ons plezier.
2. Elke avond gaan wij dan steeds trainen,
Wij doen dit altijd met plezier.
Zodat ze van ons kunnen zeggen,
GEZELLIG, dat is het ook hier, ook hier.
Refrein:
Zwemmen, zwemmen allemaal voor ons plezier, plezier.
Zwemmen, zwemmen allemaal voor ons plezier.
3. Bij wedstrijden zijn wij er altijd,
We geven ze dan van katoen.
Zodat iedereen eens zo zeggen,
ZWEMCLUB BORGER wordt vast KAMPIOEN.
Refrein:
Zwemmen, zwemmen borger word vast Kampioen.
Zwemmen, zwemmen borger word vast Kampioen.